De feiten
De een basketbalvereniging heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de arbeidsinspectie van 14 december 2009 inzake het opleggen van een bestuurlijke boete in het kader van de Wet arbeid vreemdelingen (hierna Wav.)
Tijdens een administratief onderzoek op in de onderneming van basketbalvereniging hebben medewerkers van de Arbeidsinspectie geconstateerd dat de basketbalvereniging zes arbeidskrachten arbeid liet verrichten bestaande uit het trainen en het spelen als basketbalspelers. Deze personen waren in het bezit van de Amerikaanse nationaliteit. In alle gevallen bleek een tewerkstellingsvergunning te zijn afgegeven maar ten aanzien van de zes basketbalspelers waren de tewerkstellingsvergunningen pas afgegeven enige tijd nadat de vreemdelingen reeds werkzaam waren. Ter zake is een boeterapport opgesteld. De arbeidsinspectie heeft de basketbalvereniging in kennis gesteld van het voornemen een boete op te leggen van € 48.000,- in verband met overtreding van de Wav. De basketbalvereniging heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen De voorzieningenrechter heeft in zijn uitspraak het verzoek toegewezen, in die zin dat het primaire besluit is geschorst tot zes weken na de verzending van de beslissing op bezwaar.
De een basketbalvereniging heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de arbeidsinspectie van 14 december 2009 inzake het opleggen van een bestuurlijke boete in het kader van de Wet arbeid vreemdelingen (hierna Wav.)
Tijdens een administratief onderzoek op in de onderneming van basketbalvereniging hebben medewerkers van de Arbeidsinspectie geconstateerd dat de basketbalvereniging zes arbeidskrachten arbeid liet verrichten bestaande uit het trainen en het spelen als basketbalspelers. Deze personen waren in het bezit van de Amerikaanse nationaliteit. In alle gevallen bleek een tewerkstellingsvergunning te zijn afgegeven maar ten aanzien van de zes basketbalspelers waren de tewerkstellingsvergunningen pas afgegeven enige tijd nadat de vreemdelingen reeds werkzaam waren. Ter zake is een boeterapport opgesteld. De arbeidsinspectie heeft de basketbalvereniging in kennis gesteld van het voornemen een boete op te leggen van € 48.000,- in verband met overtreding van de Wav. De basketbalvereniging heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen De voorzieningenrechter heeft in zijn uitspraak het verzoek toegewezen, in die zin dat het primaire besluit is geschorst tot zes weken na de verzending van de beslissing op bezwaar.
Het Geschil
De basketbalvereniging heeft aangevoerd dat zij te goeder trouw is en alle afspraken en procedures heeft nageleefd. Voor het aanvragen van tewerkstellingsvergunningen zijn afspraken gemaakt tussen de Arbeidsinspectie /CWI/UWV en de Federatie Eredivisie Basketbal (FEB). De basketbalvereniging zegt de Wav niet overtreden te hebben. In de praktijk zijn afspraken gemaakt en vastgelegd in een bestendige gedragslijn, die al jaren wordt nageleefd zonder problemen. De basketbalvereniging doet een beroep op het gelijkheidsbeginsel.
Voor zover er al sprake zou zijn van een overtreding, dan is die minimaal, niet toerekenbaar en is sprake van verschoonbare omstandigheden. Er is hier volgens de basketbalvereniging sprake van bijzondere omstandigheden op grond waarvan de arbeidsinspectie had moeten afzien van boeteoplegging. de basketbalvereniging beroept zich hier op de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
De basketbalvereniging heeft aangevoerd dat haar niet kan worden verweten
dat niet tijdig over de tewerkstellingsvergunningen werd beschikt, omdat zij
afhankelijk is van de vaste afspraken die zijn gemaakt tussen de arbeidsinspectie,
UWV en de FEB.
De voorzieningenrechter constateert dat de afgesproken werkwijze de basketbalvereniging niet ontslaat van haar verplichtingen in het kader van de Wav. Zij zal er zelf zorg voor moeten dragen dat de aanvragen - al dan niet via de FEB - tijdig en compleet worden ingediend. Tevens heeft de basketbalvereniging de spelers al laten werken alvorens zij een vergunning hebben gekregen en moest zij dus rekening houden met het risico op een boete.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft de arbeidsinspectie voldoende onderzoek gedaan naar de afgesproken werkwijze en heeft hij daarmee terecht een boete opgelegd.
Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Nu het beroep ongegrond wordt verklaard, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling.
De beslissing
De voorzieningenrechter:
-verklaart het beroep ongegrond;
-wijst het verzoek om voorlopige voorziening af
De voorzieningenrechter constateert dat de afgesproken werkwijze de basketbalvereniging niet ontslaat van haar verplichtingen in het kader van de Wav. Zij zal er zelf zorg voor moeten dragen dat de aanvragen - al dan niet via de FEB - tijdig en compleet worden ingediend. Tevens heeft de basketbalvereniging de spelers al laten werken alvorens zij een vergunning hebben gekregen en moest zij dus rekening houden met het risico op een boete.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft de arbeidsinspectie voldoende onderzoek gedaan naar de afgesproken werkwijze en heeft hij daarmee terecht een boete opgelegd.
Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Nu het beroep ongegrond wordt verklaard, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling.
De beslissing
De voorzieningenrechter:
-verklaart het beroep ongegrond;
-wijst het verzoek om voorlopige voorziening af
De uitspraak staat HIER

Geen opmerkingen:
Een reactie posten