LJN AY4382, Rechtbank Haarlem, datum:19-07-2006
De feiten
N. nam als brugklasser op de Da Vinci-school deel aan de gymnastiekles gegeven
door de docent lichamelijk opvoeding mevrouw P., die in dienst van Da Vinci is.
Tijdens deze gymnastiekles is N. bij het onderdeel hordelopen ten val gekomen, waarbij
zij haar been op twee plaatsen heeft gebroken.
Da Vinci is door de rechtsbijstandverzekeraar van Z. (de vertegenwordiger van
N.) aansprakelijk gesteld voor schade tengevolge van het ongeval.
Het geschil
Z. vordert veroordeling van Da Vinci tot vergoeding van als gevolg van het
ongeval te lijden schade. Het gaat hier om letsel dat is ontstaan in de
gymnastiekles onder leiding van een door Da Vinci aangestelde leerkracht,
waarbij de te beantwoorden vraag is of de leerkracht bij het leiding geven is
tekortgeschoten in de zorg die van haar jegens de leerlingen van de
gymnastiekoefening kan worden gevergd.
P. over de genomen maatregelen:
Kinderen mogen niet meedoen als hun techniek onvoldoende is en evenmin als hun
houding niet goed is. In de klas van N. was dat niet aan de orde, de kinderen
deden allemaal goed mee en de sfeer was goed. Tussen de banen waar de
leerlingen liepen, waren vrije banen. Die ruimte tussen de hordebanen is nodig
voor de veiligheid. Ze mogen niet eerder lopen dan op het teken van P., dit uit
een oogpunt van veiligheid. Als een baan niet vrij is mag er nog niet gelopen
worden.
N. kwam niet goed uit met haar passen. Wat je dan kunt doen is stoppen en om de
horde heenlopen (dit is ook een reden waarom er een baan naast vrij wordt
gehouden) of doorgaan. Bij het doorgaan loop je of tegen de horde aan of je
gaat toch springen en zet dan met het verkeerde been af. N. besloot door te
gaan en te springen. Ze landde met haar voet op de horde en is omgeknakt. Haar
been is daarbij op twee plaatsen gebroken.
De beslissing
Er wordt volgens een speciaal plan gewerkt. Er zijn maatregelen getroffen
met het oog op de veiligheid van de kinderen (o.a. lagere hordes met
schuimrubber). Er zijn instructies ter voorkoming van ongevallen, zoals het
uitsluitend springen bij een vrije baan, die tevens de uitwijkmogelijkheid kan
vormen in het geval een leerling bij een sprong niet goed uitkomt, en een
juiste mate van concentratie bij de leerlingen.
Een en ander voert tezamen genomen tot de conclusie dat, in het licht van de
genoemde inrichting van het gymnastiekonderwijs en de veiligheidsmaatregelen
die P. heeft genomen, de kans op een ongeval niet zo groot was dat zij de
bewuste oefening niet had mogen laten uitvoeren. Da Vinci is derhalve niet
aansprakelijk voor de schade die N. als gevolg van het ongeval heeft geleden
wegens het ontbreken van een onrechtmatige gedraging van P..
Z. zal als de in het ongelijkgestelde partij in de proceskosten worden
veroordeeld.
De uitpsraak staat HIER

Geen opmerkingen:
Een reactie posten