woensdag 7 maart 2012

Paard verongelukt in cross country wedstrijd. Zijn sportvereniging, bond en/of parcoursbouwer aansprakelijk?

Een ruiter neemt, met zijn paard deel aan een cross country wedstrijd. Bij een cross country wedstrijd dienen door ruiter en paard volgens een vooraf bepaalde route verschillende soorten hindernissen te worden genomen zoals wallen, waterbak passages, greppels en constructies met boomstammen.

Bij de 21ste hindernis gaat het mis. Het paard zet niet goed af, waardoor het niet hoog genoeg van de grond komt en het in aanraking komt met de hindernis. Als gevolg hiervan zijn ruiter en paard ten val gekomen, waarbij het paard zo ernstig gewond is geraakt dat het ter plaatse door de dierenarts geeuthaniseerd.

De hindernis was niet goed opgebouwd. Bij de hindernis heeft het paard niet hoog genoeg gesprongen en is daardoor met de voorbenen tegen het dak van de boerderij-hindernis aangekomen. Omdat de boerderij niet verankerd was is de hindernis twee keer gekanteld waarbij de hindernis een veilige landing voor het paard belemmerde.

De ruiter spreekt drie partijen aan tot betaling van schadevergoeding. Ten eerste de organisator, paarden- en ponysportvereniging "Princenhage", ten tweede de Koninklijke Hyppische Sportfederatie en tot slot de parcoursbouwer, de maker van de hindernis.

Princenhage stelt niet aansprakelijk te zijn op grond van een onrechtmatige daad. Princenhage is van mening dat de vereniging geen enkel verwijt treft en dat Princenhage de wedstrijd heeft georganiseerd met inachtneming van de toepasselijke reglementen en met de grootst mogelijke zorgvuldigheid.

De rechtbank is van mening dat het hier niet gaat om aansprakelijkheid op grond van een onrechtmatige daad, maar aansprakelijkheid op grond van het niet nakomen van de overeenkomst tussen Princenhage en de ruiter. De rechtbank stelt vast dat de ruiter zich voor de, door Princenhage te organiseren wedstrijd, heeft ingeschreven met behulp van een wedstrijdformulier, dat hij het verschuldigd inschrijfgeld heeft betaald, dat hij akkoord is gegaan met de voorwaarden waaronder de wedstrijd door Princenhage werd aangeboden

In de overeenkomst stond een exoneratieclausule. De clausule luidde: “de wedstrijdgevende organisatie, noch ieder andere betrokkene bij de wedstrijd kan op enigerlei wijze aansprakelijk en of verantwoordelijk worden gesteld omtrent schade in welke vorm dan ook aan personen, paarden en of materiaal. Zowel deelnemers als bezoekers nemen deel en of zijn aanwezig op eigen risico.”

De ruiter meent, dat deze clausule hem niet kan worden tegengeworpen op grond van maatstaven van redelijkheid en billijkheid. De rechtbank is het met de ruiter eens. Princenhage is op grond van de overeenkomst gehouden om de ruiter een wedstrijd parcours aan te bieden, dat voldort aan de veiligheidsregels. Wanneer het parcours hierin tekortschiet, zoals in dit geval, door handelen of nalaten van de parcoursbouwer is dit aan Princenhage als organiserende vereniging toe te rekenen.

Het feit dat er geen sprake was van opzet of roekeloosheid van Princenhage, dat de ruiter wist dat er behoorlijke risico's aan deelname zaten en dat de ruiter op de hoogte was van de exoneratieclausule zijn voor de rechtbank niet doorslaggevend voor beoordeling van de vraag of de clausule tussen partijen aansprakelijkheid in de weg staat. Anders ligt dat bij de verzekerbaarheid: vaststaat dat Princenhage (maar ook de andere gedaagden) zich hebben verzekerd juist tegen het risico van dit soort ongevallen. Gedaagden hebben dat gedaan omdat niet alleen het risico op een ongeval groot is, maar ook omdat de schade in voorkomende gevallen aanzienlijk kan zijn. Nu zij juist met het oog op dit type schades de verzekeringsovereenkomst hebben gesloten ten behoeve van onder andere de ruiter valt niet in te zien, waarom Princenhage in redelijkheid nog een beroep op exoneratie toe zou moeten komen.

Princenhage is dus aansprakelijk voor de schade en het beroep op de exoneratieclausule gaat niet op.

De rechtbank acht ook de parcoursbouwer aansprakelijk. De parcoursbouwer verweert zich door te stellen dat hij slechts werkte op verzoek van Princenhage, daar geen vergoeding voor kreeg en dat de technisch afgevaardigden hebben bevestigd dat de hindernis in orde was. Al deze argumenten overtuigen de rechtbank niet. Volgens de rechtbank valt niet in te zien waarom de parcoursbouwer, als ontwerper en bouwer, van de hindernis niet aansprakelijk zou zijn, als vaststaat dat de schade het gevolg is van een of meer fouten aan de hindernis.

De aansprakelijkheid van de Koninklijke Hyppische Sportfederatie wijst de rechtbank af. Feitelijk heeft de Koninklijke Hyppische Sportfederatie geen bemoeienis gehad bij de organisatie van de wedstrijd. Het enkele feit dat deze wedstrijd werd georganiseerd onder haar auspiciƫn maakt haar immers nog geen mede organisator. De rechtbank vindt dan ook dat de Koninklijke Hyppische Sportfederatie niet aansprakelijk gesteld kan worden.

De rechtbank veroordeelt Princenhage en de parcoursbouwer (nog) niet tot het betalen van schadevergoeding aan de ruiter. De rechtbank biedt Princenhage en de parcoursbouwer nog de mogelijkheid om te bewijzen dat de schade ook zou zijn ontstaan als het parcours wel goed zou zijn opgebouwd.

De uitspraak staat HIER

Geen opmerkingen:

Een reactie posten