woensdag 15 februari 2012

Besluit tot weigering lidmaatschap door bestuur roeivereniging onrechtmatig?


De feiten
X wordt geweigerd als lid van roeivereniging De Hartog. X begint een procedure tegen de weigering. Ter onderbouwing van zijn vordering voert X. aan dat het bestuur van De Hertog de leden tegen hem heeft opgezet, waardoor een verzoek zijnerzijds aan de algemene ledenvergadering om alsnog op grond van artikel 6 lid 2 van de statuten als lid te worden toegelaten bij voorbaat kansloos is. Een verklaring voor recht dat het besluit van het bestuur om hem als lid toe te laten onrechtmatig is zal wellicht helpen de leden te overtuigen dat hij als lid moet worden toegelaten, aldus [X.].
Vonnis is een voortzetting van een eerdere uitspraak LJN BU 6276 van het gerechtshof.

De overwegingen van het gerechtshof
Bij de beoordeling van de vordering stelt het hof voorop dat het bestuur van een vereniging – tenzij de statuten anders bepalen – in beginsel de vrijheid heeft een persoon als lid te weigeren. Op dit beginsel zijn onder bijzondere omstandigheden uitzonderingen mogelijk.
Dit heeft tot gevolg dat het bestuur van De Hertog op 18 april 2008 in beginsel de vrijheid had [X.] als lid te weigeren.
De Hertog heeft onvoldoende concreet feiten en omstandigheden gesteld die de conclusie rechtvaardigen dat in het onderhavige geval een uitzondering op voormeld beginsel moet worden aangenomen.

Uitspraak van het gerechtshof
Wijst de vordering tot verklaring van recht van X af. Veroordeelt het bestuur tot rectificatie (de onenigheden waren niet zoals het bestuur zei te wijten aan X) en tot betaling van de proceskosten

De uitspraak staat HIER

Geen opmerkingen:

Een reactie posten